Artikelen Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt

Artikelen Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt

Over de artikelen

Iedere maand verstuurt Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt een gratis nieuwsbrief aan abonnees. Hierin staat, naast praktijkinformatie, telkens een artikel over het grootbrengen van hoogbegaafde kinderen. Voorbeelden van deze artikelen vindt u op hier. Ook de gratis nieuwsbrief ontvangen? Stuur een mailtje naar: info@adviesbureauhoogbegaafdheid.nl Bezoek ook onze website: http://www.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl

Trek je kind uit die comfortzone!

ArtikelenPosted by Jessica van der Spek Mon, May 27, 2019 11:02

Stel: je zit vooraan in een zaal met tweehonderd vakgenoten die je niet kent. De spreker vertelt over het belang van mindset bij het bereiken van successen. Opeens wijst hij jou aan en vraagt hij je naar voren te komen en iets te vertellen over jouw grootste mislukking, jouw epic failure op het werk.

Wat dan?

Blijf je zitten? Schud je met een rood hoofd van 'nee'? Fluister je tegen de vrouw naast je dat de spreker háár bedoelt? Omdat je in paniek raakt bij het idee zonder enige voorbereiding te moeten spreken in het openbaar? Omdat het zweet je uitbreekt, je hart bonkt en je plotseling vreselijk moet plassen?

Of denk je: ‘nou goed, dat is een beetje eng, maar ik zet me er wel overheen?’

Of is dit voor jou gesneden koek, klim je wel vaker op een podium, kun je lachen om jezelf en is het dus totaal geen uitdaging meer?

In het eerste geval zit je in de paniekzone: de opdracht is te groot, te bedreigend en dus blokkeer je. In het tweede geval zit je in de leerzone: hier durf je nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ze zijn nog wel spannend, maar je bent er aan toe. In het laatste geval zit je in de comfortzone. Hier is de opdracht geen uitdaging meer voor je, niets nieuws onder de zon.

We gebruiken hier het voorbeeld van spreken in het openbaar, maar het systeem werkt hetzelfde voor kinderen en hun schoolwerk. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een heel grote comfortzone. Bijna alles is te makkelijk en gaat vanzelf. Hierdoor hebben ze niet geleerd dat fouten maken normaal is. Als gevolg hebben ze vaak ook een flinke paniekzone: bestaat er een kans dat ze fouten gaan maken of een opdracht niet in één keer lukt, dan is het al snel te bedreigend en blokkeren ze.

Wat je wilt bereiken, is dat je kind of leerling zoveel mogelijk in die leerzone gaat rondhangen, maar voor veel hoogbegaafde kinderen is die – wanneer je hiermee aan de slag gaat – nog heel smal. Werk vanuit de comfortzone dus voorzichtig naar de leerzone en probeer die dan zo breed mogelijk te maken. Denk aan de zone van 'naaste ontwikkeling': kent het kind de tafel van 1, leer hem dan de nog onbekende tafel van 2. Die is nieuw, maar niet buitengewoon bedreigend. Als je na de tafel van 1 echter overstapt op worteltrekken, schiet het kind waarschijnlijk wel direct de paniekzone in. Maak de paniekzone kleiner, door in de leerzone meer te oefenen met moeilijke en spannende dingen, mét voldoende steun van jouw kant.

Spreekbeurten houden wordt gemakkelijker naarmate je het vaker doet. Maar het helpt ook als de juf of meester je helpt een opzetje te maken voor de inhoud van je spreekbeurt, dat aansluit bij het niveau van je klasgenoten. Onvoldoendes halen voor toetsen went uiteindelijk ook, maar dat gaat een stuk makkelijker als iemand je de eerste keren opvangt en zorgt dat je realistisch blijft over de ernst hiervan. En moeilijke opdrachten uitvoeren wordt een stuk gemakkelijker als iemand je doorzettingsvermogen aanspreekt en laat merken dat hij er vertrouwen in heeft dat je het kunt. Vertrouwen reikt heel ver. Kinderen voelen het aan. En als jij erop vertrouwt dat ze het kunnen, doen ze dat zelf ook.



  • Comments(0)//artikelen.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/#post44

Driftbuien

ArtikelenPosted by Jessica van der Spek Mon, May 06, 2019 13:22

Geregeld zien wij ouders die zich ernstige zorgen maken over de woedeaanvallen van hun kind. Het kind gedraagt zich op school keurig, maar kan thuis om het minste of geringste ontploffen. Of het gaat thuis juist hartstikke goed, terwijl de ouders van school te horen krijgen dat hun kind geregeld driftbuien heeft en andere kinderen slaat. En als het helemaal tegenzit, heeft het kind zowel thuis als op school regelmatig zijn gedrag niet onder controle.

Driftbuien zijn ontzettend lastig voor de omgeving, maar ook voor het kind zelf. Ouders en leerkrachten geven vaak aan het kind tijdens een uitbarsting niet te kunnen ‘bereiken’. Ze kunnen op zo’n moment niet tot hem doordringen, dus weten ze ook niet wat ze eraan kunnen doen. En het kind zelf schaamt zich na afloop vaak over het verlies van controle.

Deze kinderen beweren tegenover ons hulpverleners dan ook vaak dat ze helemaal nooit boos worden. ‘Nee hoor, dat heb ik niet.’ Pas als we aangeven dat de ouders of school ons hebben verteld dat dit weleens gebeurt en we het kind daarbij laten merken dat we hem gewoon accepteren en dat we ook wel snappen dat je soms heel erg boos kunt worden, geven ze toe. Onze taak is vervolgens ze te helpen ontdekken hoe ze kunnen voorkomen dat ze zó boos worden dat ze ontploffen: door de signalen van toenemende irritatie bij zichzelf te herkennen en eerder aan de noodrem te trekken. We gebruiken daarbij een woedethermometer: bij welk cijfer ben je geïrriteerd, een beetje boos, best wel boos en waar ontplof je? Bij welk cijfer kun je dus beter uit de situatie stappen en iets anders gaan doen voor het te laat is? En hoe pak je dat aan?

Ouders en leerkrachten kunnen het kind helpen door te letten op signalen van irritatie. Zie je dat het kind boos wordt, help hem dan herinneren iets anders te gaan doen. Als het net ging om een terechtwijzing van jouw kant, geef dan aan dat jullie het er later nog over zullen hebben, als jullie allebei kalmer zijn. Als jullie midden in een meningsverschil zitten en je kind onttrekt zich aan de situatie, ga hem dan niet achterna. Dit heeft hij nodig om een woedeaanval te voorkomen. Ga je toch door en ontploft het kind? Dan kun je er op dat moment niets aan doen dan hem te laten uitrazen (zolang dat veilig blijft). Boos worden en eisen stellen helpt op zo’n moment zeker niet. Troosten soms wel. Want dat is wat er vaak achter die boosheid zit: verdriet en machteloosheid.

Accepteer het kind zoals hij is, met driftbuien en al. Benader hem positief, met praten in plaats van straffen. Dat praten kan kort en met een positieve boodschap over de persoonlijkheid van het kind: ‘Ik vind je een hele lieve jongen, maar je mag je zusje niet slaan. Het doet haar pijn en ze is kleiner en minder sterk dan jij, dus dat is niet eerlijk. Als ze je dwarszit en je weet niet hoe je het moet oplossen, zeg het dan tegen mij, dan kom ik je helpen.’ Zo leert je kind niet alleen dat je hem lief vindt, maar ook dat je een betrouwbaar persoon bent om op terug te vallen. Hij leert dat hij om hulp mag vragen én hij leert nieuwe sociale vaardigheden door naar jouw oplossingen te kijken.



  • Comments(0)//artikelen.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/#post43

Onderpresteren II

ArtikelenPosted by Jessica van der Spek Mon, February 25, 2019 10:54

Voor het onderpresterende kind is begrip de eerste stap. Op veel scholen wordt een kind niet toegelaten tot een plusklas als hij niet alleen A-scores haalt in het leerlingvolgsysteem. Vaak mag het kind ook geen verrijkingswerk maken als hij niet alleen A-scores heeft. Hoe hoog zijn IQ ook is. Dát is in feite een ontzettend slecht beleid voor hoogbegaafde kinderen en het schokt me eigenlijk elke keer weer als een school dit beleid gebruikt. Hoogbegaafde kinderen die géén A-scores halen, hebben dat verrijkingswerk en die plusklassen juist het aller hardst nodig. Juist door ze die extra uitdaging te bieden, kun je ze motiveren voor school en zo onderpresteren tegengaan.

De oplossing van onderpresteren ligt niet in straffen of dwingen. Het kind moet zijn motivatie voor leren terugvinden en in eerste instantie lukt dat alleen door hem iets te laten doen dat hem zélf interesseert. Als hij gemotiveerd is geraakt op zijn eigen interessegebied, kan dit voorzichtig weer worden uitgebouwd naar schoolse taken. Hoe meer de leerling vervolgens meewerkt, hoe meer vrijheid om met het eigen interessegebied bezig te zijn daar tegenover staat.

Als je naar de literatuur over onderpresteren kijkt, zie je eigenlijk altijd dat de grootste stappen door de ouders zullen moeten worden genomen. Zij moeten de opvoeding anders aanpakken en de band met hun kind – die door het onderpresteren vaak enorm verslechterd is – versterken. Het goede nieuws voor hen is dat ze vanaf nu een veel gemakkelijker, minder stressvol leven krijgen. Ze hoeven hun kind niet meer helemaal zelf aan te sturen. Ze mogen achterover mogen leunen en de verantwoordelijkheden van het kind bij het kind leggen. Voor zover dat bij zijn leeftijd past, natuurlijk. ‘Huiswerk niet af? Ik ben benieuwd wat de juf daarvan zal zeggen.’ ‘Een onvoldoende? Vervelend voor je.’ ‘Je wilt het de volgende keer beter doen? Hoe kun je dat aanpakken? Ga maar een planning maken en laat het me maar weten als ie af is.’

In het ergste geval kán een hoogbegaafde leerling tijdelijk of voorgoed écht niet meer naar school. Sommige kinderen maken liever een einde aan hun leven dan nog langer naar school te moeten. En altijd zijn er dan weer mensen die zeggen: ‘ja, maar je kunt zo’n kind toch niet gewoon thuishouden, zo’n kind moet toch gewoon naar school?’ Met de nadruk op ‘gewoon’. Realiseer je wat belangrijker is: dat het kind naar school gaat, of dat het kind in leven blijft?

Gelukkig zijn er in Nederland inmiddels enkele instanties waar deze kinderen terechtkunnen. Een daarvan is Feniks Talentbegeleiding, in Utrecht. Hier worden hoogbegaafde drop-outs opgevangen en leren ze om hun eigen talenten en interesses te ontdekken en weer zin te krijgen in het leven. In veel gevallen kunnen ze na verloop van tijd weer leren en halen ze hun eindexamen. In sommige gevallen ook niet. Maar opvallend genoeg komen veel van de kinderen die helemaal zijn losgelaten uit het schoolsysteem op eigen houtje tot wonderbaarlijke prestaties. Menig ex-drop-out haalt het nieuws door een geweldige uitvinding of nuttige missie. Er is dus altijd hoop!



  • Comments(0)//artikelen.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/#post42

Onderpresteren I

ArtikelenPosted by Jessica van der Spek Mon, February 18, 2019 12:45

Onderpresteren is iets wat bij hoogbegaafde kinderen helaas geregeld voorkomt. Een kind presteert onder als hij langere tijd minder presteert dan op basis van zijn intelligentie en de kwaliteit van het ontvangen onderwijs mag worden verwacht, terwijl er geen stoornissen als dyslexie, dyscalculie en ADHD spelen.

Er kan sprake zijn van relatief onderpresteren, wanneer het kind nog wel aan het gemiddelde van de klas voldoet, en van absoluut onderpresteren, wanneer het kind ook zwaar onder dit gemiddelde presteert.

Het eerste zien we nog weleens bij kinderen die zich opzettelijk aanpassen, proberen niet op te vallen, kinderen die ervan uitgaan dat hoge cijfers halen en sociaal geaccepteerd worden niet samengaan. Dit kind durft niet te laten zien wat het kan, wordt als gevolg niet voldoende uitgedaagd en leert dus niet echt te léren.

Het tweede is nog veel destructiever. Absolute onderpresteerders hebben zelf vaak niet meer het idee dat ze nog greep hebben op hun prestaties. Ze zitten niet lekker in hun vel. Hetzij omdat ze niet aan hun eigen verwachtingen voldoen, hetzij omdat ze niet aan de verwachtingen van belangrijke anderen voldoen.

Niet ieder kind wíl naar school, wíl leren, wíl later een glansrijke carrière. Als Pietje later kunstschilder wil worden en Sara zangeres, moeten we dat ook accepteren. Wat voor veel ouders heel lastig is, want: geen garantie op een goed inkomen. Laten we wel wezen: die garantie is er überhaupt nooit. Liever een kind dat op school een niveau afzakt, maar zich gelukkig voelt met haar hobby’s en een doel voor ogen, dan een kind dat op de middelbare school al ‘afhaakt’ wat betreft actief deelnemen aan de maatschappij.

De meeste onderpresteerders willen echter wél dat gymnasiumdiploma. Ze kunnen zich er alleen niet meer toe aanzetten daar iets voor te doen. Motivatieproblemen en faalangst spelen hier vaak een grote rol. Motivatieproblemen omdat school te saai en te makkelijk is (of: was) en te veel verplichte vakken heeft die het kind niet interesseren. Faalangst omdat het kind op de basisschool gewend was de beste te zijn, niet heeft leren omgaan met onvoldoendes en geen leerstrategieën heeft ontwikkeld (waardoor vroeg of laat gegarandeerd onvoldoendes gaan vallen).

Daarnaast, even slikken, spelen de ouders vaak onbewust en met de beste bedoelingen een rol bij het ontstaan van onderpresteren. Ze zijn meestal té hands-on (soms ook té hands-off). Vaak is een patroon ontstaan waarbij de ouders steeds meer bovenop hun kind zitten, terwijl het kind steeds meer achterover leunt. Zo zien we soms ouders die het huiswerk vóór hun kind maken, die werkstukken en presentaties in elkaar draaien als hun kind het tot de allerlaatste avond heeft uitgesteld en dan roept dat het niet lukt. De ouders werken zich drie slagen in de rondte voor hun kind, hebben geregeld gesprekken op school en doen hun uiterste best er nog wat van te maken. En wat denkt het kind als gevolg? ‘Huiswerk? Toets gemist? Dat lossen papa en mama wel op.’ Het kind heeft niet geleerd het zélf te kunnen, of is dit onderhand vergeten, en kan niet omgaan met teleurstellingen.

Als we dit aan ouders voorleggen, krijgen we geregeld de reactie ‘Nou, loslaten dus? Oké, doen we.’ Maar hélemaal loslaten – midden in de toetsweek – is ook weer niet helemaal de bedoeling. In het volgende artikel vindt u tips die wél werken.



  • Comments(0)//artikelen.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/#post41

Hoogbegaafde drop-outs

ArtikelenPosted by Jessica van der Spek Mon, September 10, 2018 12:57

Hoogbegaafde tieners kunnen het op de middelbare school soms ontzettend moeilijk hebben. Er zijn er gelukkig ook die zonder al te veel problemen door het vwo rollen en goede vrienden hebben, maar laten we eens kijken naar de cijfers.

Dertig procent van de kinderen met een IQ van boven de 130 valt uit in het reguliere onderwijs. Voor kinderen met een IQ boven de 145 is dat zelfs zestig procent (Kieboom, 2013). Een groot aantal van hen stroomt ‘ongemerkt’ af naar een lager onderwijsniveau, maar een aantal tieners komt echt thuis te zitten. Omdat naar school gaan gewoon niet meer gáát. Ze komen niet meer tot presteren en maken soms liever een einde aan hun leven dan nog naar school te gaan. Negentig procent van de echte hoogbegaafde drop-outs in het middelbaar onderwijs, zou suïcidaal zijn (Kaput, 2012). Dat zijn heftige getallen.

Gelukkig zijn er ook voor deze kinderen nog mogelijkheden. Feniks Talentbegeleiding, in Utrecht, vangt deze tieners op en begeleidt ze stap voor stap naar een succesvolle toekomst. Er wordt veel gepraat over de dingen waar ze tegenaan lopen, maar vooral over hoe ze de obstakels op hun weg kunnen overwinnen. Ze leren ontdekken waar hun interesses en talenten liggen en een groot deel van hen gaat na verloop van tijd weer naar school en haalt zijn eindexamen.

Hoe herken je nu een potentiële ‘drop-out’ en hoe kun je proberen te voorkomen dat het misgaat? De potentiële drop-out is in eerste instantie vaak te herkennen in het profiel van de ‘risicoleerling’ van Betts & Neihart. Deze leerlingen zijn creatief en gevoelig, hebben een negatief zelfbeeld en voelen zich snel aangevallen of afgewezen. Ze zijn niet gemotiveerd voor school, isoleren of verwaarlozen zichzelf en komen niet meer tot presteren.

Het is belangrijk dat ouders en school duidelijk aan het kind te kennen geven dat zij op zijn talenten blijven vertrouwen. Een goede communicatie tussen ouders, school en kind is onontbeerlijk. De ouders hebben vaak begeleiding nodig en zeker voor de leerling zelf is intensieve begeleiding essentieel. Het leren kan vaak (tijdelijk) niet meer in de klas gebeuren, dus hiervoor zullen in onderling overleg alternatieven moeten worden gevonden. Er moet een nieuw pad voor de leerling worden uitgezet, waarbij hij zelf wordt betrokken en waar hij zelf achter staat. Alleen als er in zijn leerpad veel aandacht is voor wat hij zelf belangrijk vindt, vindt hij mogelijk de motivatie voor schools presteren terug.

Er zijn voor deze leerlingen echt mogelijkheden. De schoolinspectie is lang niet zo strikt als men vaak denkt. Als een leerling alleen tot leren komt als hij maximaal drie uur per dag naar school hoeft en hij één van die uren aan een project van eigen keuze mag werken, dan is dát passend onderwijs voor deze leerling. Kan een leerling slechts één uur per week onder begeleiding van een therapeut door de zijdeur de school in en dan in een apart kamertje ontspanningsoefeningen doen alvorens een halfuurtje met zijn mentor te praten? Dan is dat wat hij op dat moment nodig heeft. Een volledig eigen leerlijn? Als dat passend onderwijs is voor de leerling, is het toegestaan.

  • Comments(0)//artikelen.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/#post40

Een school voor uw dubbel bijzondere kind, deel 2

ArtikelenPosted by Jessica van der Spek Mon, May 08, 2017 12:09
Zoals beloofd, in dit artikel een lijstje van punten waar u op kunt letten, als u het curriculum van een potentiële nieuwe school voor uw dubbel bijzondere kind bekijkt.

Heeft deze school een speciaal programma, of verrijkingsmogelijkheden voor hoogbegaafde kinderen?
Zijn er speciale materialen voor hoogbegaafde kinderen?
Wordt er gewerkt met aangepaste programma's of met hulpmiddelen voor kinderen met leerproblemen?

Kijk of u de volgende punten ziet terugkomen in het onderwijsprogramma, of in het klassenmanagement:

Krijgen de leerlingen les in de onderwerpen waar ze goed in zijn?
Is er speciale aandacht voor het ontwikkelen van strategieën en vaardigheden voor de onderwerpen waar de leerlingen moeite mee hebben?
Is er genoeg diversiteit in het programma?
Krijgen de leerlingen de hulpmiddelen die ze nodig hebben?
Wordt er duidelijke, intensieve instructie gegeven?
Is er aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling?
Wordt de ontwikkeling van de leerlingen goed bijgehouden in individuele dossiers?
Zijn de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden duidelijk?

U kunt informatie verzamelen over deze onderwerpen door:

Het bezoeken van de website van de school.
Het spreken van de directeur van de school.
Het spreken met de eventueel aanwezige schoolpsycholoog, orthopedagoog, remedial teacher of intern begeleider.
Het spreken met de eventueel aanwezige specialist hoogbegaafdheid.

Veel succes met de zoektocht naar de beste mogelijkheden voor uw dubbel bijzondere kind. Als u vragen heeft, kunt u altijd contact opnemen.




  • Comments(0)//artikelen.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/#post39

Een school voor uw dubbel bijzondere kind

ArtikelenPosted by Jessica van der Spek Mon, March 20, 2017 10:43

Het komt geregeld voor dat een school aangeeft dat zij een hoogbegaafd kind mét leer- of gedragsproblemen niet kunnen bieden wat het nodig heeft. De school heeft zorgplicht. Dit betekent dat zij een kind eigenlijk niet weg mogen sturen zonder dat zij er alles aan hebben gedaan het kind binnen de school te houden. Mocht de school zich echt handelingsverlegen verklaren, dan moeten zij helpen een vervangende school voor het kind te zoeken.

Toch komt het met enige regelmaat voor dat dit niet direct lukt en het kind thuis komt te zitten. Ook kiezen ouders vaak zelf voor een verandering van schoolomgeving.

Waar kunt u als leerkracht of ouder nu op letten bij het zoeken van een geschikte school voor uw dubbel bijzondere kind of leerling? Gebruik de volgende checklist (vrij vertaald van Webb, 2005):

Over de school:

Wat is de visie van de school op deze kinderen?

Wie zijn de leerkrachten en hoe worden zij begeleid?

Hoe ziet het curriculum eruit?

Hoe hoog ligt het niveau?

Worden er buitenschoolse activiteiten georganiseerd?

Hoe worden cijfers toegekend en hoe worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld?

Hoe presteert de school?

Over het klimaat:

Is er een positief klimaat?

Hebben de leerkrachten respect voor de leerlingen en andersom?

Voelen de leerlingen zich op hun gemak?

Worden de leerlingen gesteund?

Zijn de leerlingen bezig met doelgerichte activiteiten?

Is het een uitdagende omgeving?

Is het een interactieve omgeving?

Wordt risico nemen gewaardeerd?

Is het een flexibele omgeving?

Zijn de verwachtingen duidelijk aangegeven voor de leerlingen?

Is de technologie recent?

Is er een open communicatie tussen ouders, leerkrachten en leerlingen?

Over de organisatie:

Zijn er verschillende niveaugroepen binnen een klas?

Zijn de roosters flexibel?

Ontvangen de leerkrachten bijscholing?

Over het programma:

Is de instructie uitdagend?

Zijn de roosters en niveaugroepjes flexibel in te delen?

Gaat de instructie uit van de kracht van de leerling?

Wordt de instructie op verschillende manieren gegeven?

Is er een variëteit aan materialen, hulpmiddelen en activiteiten?

Over het klassenmanagement:

Is duidelijk welk gedrag verwacht wordt?

Worden hoge prestaties verwacht?

Wordt er samengewerkt door leerlingen en leerkracht?

Wordt er positief gestimuleerd?

Is er gevoel voor humor bij de leerkrachten?

Wordt er op tijd feedback gegeven?

Worden vorderingen efficiënt bijgehouden?

Wordt er geëvalueerd, en hoe?

Is er aandacht voor sociaal-emotionele principes?

Ga dus niet alleen praten op een school – en schroom daarbij niet om heel veel vragen te stellen – maar vraag ook om een rondleiding onder schooltijd.

In een volgend artikel gaan we in op meer specifieke onderdelen van het schoolprogramma voor dubbel bijzondere kinderen.





  • Comments(0)//artikelen.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/#post38

Goede voornemens voor ouders

ArtikelenPosted by Jessica van der Spek Mon, January 02, 2017 12:50

Afvallen en stoppen met roken, dat zijn voor dit jaar de meest genoemde goede voornemens. Ook sporten en stoppen met drinken worden regelmatig genoemd. Voor je kind is het natuurlijk fijn als jij goed gezond bent en hij of zij zelf geen nadelige gevolgen ondervindt van meeroken of een aangeschoten ouder, maar verder zijn deze doelen vrij eenzijdig en vaak moeilijk vol te houden. Als je het goed wilt doen, moet je het jezelf niet te moeilijk maken: kies gezond eten dat je lekker vindt, kies een sport die je leuk vindt, gebruik nicotinepleisters of –kauwgom. Als je ergens mee wilt stoppen, zorg dan dat er in ieder geval tijdelijk iets anders voor in de plaats komt. Neem een lolly, waterijsje of kauwgummetje in plaats van een sigaret, omdat óók die beweging ingebakken zit. Een verandering moet leuk zijn, anders wil je brein er niet aan.

Meer tijd met familie en vrienden doorbrengen, meer van het leven genieten, minder stressen en iets nieuws leren, zijn de voornemens waar uw kind nog meer aan heeft. Hij of zij geniet van ‘quality time’ met u, leert van uw sociale omgang met uw vrienden, voelt zich gerust bij een ontspannen ouder en ziet dat je altijd nog iets nieuws kunt leren.

Het mooie van deze voornemens is ook dat je ze kunt combineren en ze samen met je kind kunt doen: ga samen met een bevriend gezin naar een museum, of een workshop, waar je iets nieuws leert. Alles over de T-Rex, bonbons maken, dammen bouwen, schilderen als Mondriaan, wat je maar leuk vindt.

Vraag je kind ook naar zijn eigen goede voornemens en leg je kind geen voornemens op die niet van hem zijn: ‘een goed voornemen voor jou is om minder te gaan snoepen’. Als je kind er zelf niet achter staat, snoept hij wel ergens anders. Overigens is het prima als je kind helemaal geen goede voornemens heeft: hij of zij voelt zich dan waarschijnlijk gewoon tevreden met zichzelf en dát is uiteindelijk waar het om draait.

Veelgenoemde voornemens van kinderen? Elke dag iets aardigs voor een ander doen, meer complimentjes geven, stoppen met pesten, beter naar ouders of juf luisteren, goede cijfers halen en dit jaar overgaan. Je ziet hierin, vaak met de toenemende leeftijd, een verschuiving van sociale gerichtheid naar prestatiegerichtheid. Zo steekt onze maatschappij nu eenmaal in elkaar.

Wat zijn nou goede voornemens voor jou als ouder? Stimuleer de zelfstandigheid van je kind, zonder te pushen. Gun hem ontspanning en ga samen leuke dingen doen of sta toe dat hij een uurtje op de bank hangt. Stel echter wel grenzen aan de beeldschermtijd, zodat de hersenen niet wennen aan flitsende beelden en schoolboeken geen aandacht meer wekken. Zorg dat je kind voldoende slaap krijgt, gezond genoeg eet en genoeg buiten komt. Heel veel gedragsproblemen kunnen hiermee worden voorkomen of verminderd.



  • Comments(0)//artikelen.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/#post37
Next »